Documentaire: Into Eternity
Zo’n vijfduizend jaar geleden bouwden de Egyptenaren de piramides. Beschavingen zijn gekomen en gegaan, maar nog altijd staan ze daar, de oudste bouwwerken op aarde. Ook onze beschaving heeft zoiets tijdsloos uitgevonden, dat nog veel langer meegaat: kernafval. Honderdduizend jaar – en dus twintig keer langer dan de piramides nu op aarde staan – blijft het gevaarlijkste afval giftig en moet het bij de mens worden weggehouden.
Een onmogelijke opgave, zo lijkt, en de mens heeft dan ook geen idee wat hij met het vuil aanmoet. Er zijn verschillende opties, met elk hun eigen catastrofale risico’s. De ruimte inschieten? Ja, dan zijn we er van af. Maar wat als de raket ontploft bij het opstijgen? In de oceaan dumpen, dan? Nee, dat is de bron van al het leven, daar zouden we over honderden jaren nog wel eens flink spijt van kunnen krijgen.
Into Eternity volgt een andere oplossing. Knappe koppen bedachten in Finland dat het vuil in diepe grotten moet komen te liggen. Een flinke, stevige deur moet het geheel afsluiten zodat het voor altijd bij de mens wordt weggehouden. ‘Onkalo’, ‘spelonk’, heet het project.
Maar ook de grotten zijn geen echte oplossing, dat blijkt al snel uit de ongemakkelijk aanvoelende interviews. Stotterend en aarzelend leggen de experts uit: ooit, als onze beschaving al lang verdwenen is, maakt de ijstijd een grote toendra van Finland. Het afval ligt er dan nog altijd, in de diepe grotten. De deur wordt volledig met ijs bedekt en langzaam maar zeker raakt het nucleaire afval vergeten. Ooit smelt het ijs en dan zal de mens de deur in de rots weer tegenkomen. Wat als hij hem nietsvermoedend openbreekt?
Hoe waarschuwen wij onze nakomelingen, die onze taal en tekens niet meer kennen? Met grote waarschuwingszuilen, oppert de een. Nee, vindt een ander, dat wordt gezien als een religieus symbool en het zal de nieuwsgierigheid alleen maar aanwakkeren. Hang Edvard Munch’s De Schreeuw op, daarvan krijgt iedereen een gevoel van onbehagen.
Regisseur Michael Madsen – niet de acteur – ziet weinig heil in deze oplossingen en heeft zo zijn eigen methode om onze afstammelingen te waarschuwen. Hij verpakt Into Eternity tussen interviews door in een Tolkien-achtige mythe, als waarschuwing voor onze verre nakomelingen. Hij hoopt dat van generatie op generatie wordt doorverteld: hier hebben wij het ‘vuur’ uit onze tijd opgeslagen met daarin alle krachten uit het universum, blijf hier dus maar ver uit de buurt. Een slimme truc van Madsen, want door die mythe lijkt het alsof de kijker de verre nakomeling is die de deur van Onkalo opent – een sprong in de tijd die normaal gesproken nauwelijks valt te bevatten.
In slechts 75 minuten zet Madsen zijn mythe erg sterk neer, maar inhoudelijk doet hij maar wat slagen in de lucht. Dat er een ijstijd aan zit te komen, moet de kijker maar geloven. Dat een schilderij niet als religieus symbool wordt gezien maar als een waarschuwing eveneens. Voor een groot deel is dat te wijten aan de deskundigen die aan het woord komen: veelal wetenschappers die bij het project betrokken zijn. Waarom is er niet een legertje filosofen uitgenodigd om te discussiëren over het levensgevaarlijke materiaal dat in de grond wordt gestopt, zonder dat iemand daar verantwoordelijkheid voor kan nemen? Of antropologen, over het communiceren met volken die onze beschaving niet kennen?
Het gevolg is dat Into Eternity meer lijkt op een speelfilm dan op een documentaire. Een heel aardige film, dat wel. Opdat de boodschap de komende honderdduizend jaar in leven mag blijven…

